Home » Hans Venneker, als Spartaan van spits tot rechtsback tot Oranje-international ​

Hans Venneker, als Spartaan van spits tot rechtsback tot Oranje-international ​

dinsdag 27 november 2018 - 15:50

In de rubriek Kasteelkanjers wordt het vizier gericht op oudspelers die Sparta in het roodwitte shirt extra kleur hebben gegeven. In de rij der memorabele smaakmakers In de rij der memorabele smaakmakers belicht Louis Du Moulin ditmaal de veelzijdige Hans Venneker. Op Spangen neergestreken als spits speelt de ex-Feyenoorder zich wonderwel op de rechtsbackpositie in het Nederlands Elftal.  ​

Hans Venneker (van 5 maart 1945) geldt in de jeugd van Feyenoord lange tijd als een beloftevolle doelman. Totdat hij wordt uitgeprobeerd als aanvaller en blijkt dat hij veel vlotter scoort dan voor mogelijk werd gehouden. Doorgedrongen tot de hoofdmacht schrijft de eigen kweek al snel voetbalgeschiedenis door op 29 november 1964 tegen aartsrivaal Ajax liefst vijfmaal de roos te treffen. Na dat schitterende optreden van de Kuipbrigade  (uitslag 9-4!) is Het Legioen meteen een nieuwe yell rijker: ‘Vi-Va-Venneker’ galmt het door het stadion zodra de jongste publiekslieveling in balbezit komt.​

Op ‘Zuid’ kan Venneker de hooggespannen verwachtingen evenwel niet geheel waarmaken, maar bij zijn volgende club NEC wel. De Rotterdamse spits komt in het seizoen 1967-1968 in Nijmeegse dienst tot negentien competitietreffers. Reden voor Sparta om hem over te halen terug te keren naar zijn geboortestad om met Nol Heijerman, Jan Klijnjan, Charly Bosveld een slagvaardige voorhoede te gaan vormen. Venneker pikt vervolgens wel geregeld zijn doelpuntjes mee, maar is toch niet de echte goalgetter, waarvoor trainer Wiel Coerver en de Spartaleiding hem heeft aangezien.​

Georg Kessler
En dan verschijnt in de zomer van 1970 ‘Sir’ Georg Kessler als nieuwe Kasteelheer ten tonele. De ex-bondscoach van Oranje zet op Spangen alles en iedereen naar zijn hand zonder tegenspraak te dulden. Een van zijn drastische ingrepen is het omturnen van Hans Venneker tot rechtsback. ,,In eerste instantie was ik daar helemaal niet zo blij mee,”” herinnert ‘Ven’ zich als de dag van gisteren. ,,We waren op trainingskamp voor het seizoen en ik wist niet wat ik hoorde. Verdere uitleg van de grote baas was er ook niet bij. Het enige dat hij zei was : ‘We gaan het gewoon proberen’, daar kon ik het mee doen.”​

Het gedurfde experiment met Venneker rechts achterin pakt goed uit en niet zo zuinig ook. Als opkomende back voorziet hij de roodwitte aanval van veel meerwaarde, daarnaast staat hij in verdedigend opzicht eveneens zijn mannetje als de meest ervaren vleugelverdediger van naam. Het hele elftal swingt onder Kessler een jaar lang als een tierelier, dat revelatie Venneker wordt geselecteerd voor het Nederlands Elftal wekt bij de neutrale kenners geen enkele verbazing. ​

Frantisek Fadrhonc
Het vertrouwen in hem bij bondscoach Frantisek Fadhronc is zo groot dat hij op 10 oktober 1971 de Spartaan ook laat debuteren in het grote Oranje tegen de D.D.R. (Stadion Feijenoord, 3-2). ,,Daarbij had ik wel het geluk dat vaste keus Wim Suurbier geblesseerd was,” aldus Venneker, die het in die ‘opbouwperiode’ binnen een halfjaar tot vier (gewonnen) interlands zal schoppen. ,,Dan denk je dat erbij hoort, maar toen Suurbier weer was hersteld, was het voor mij voorbij. Ik heb nog een keer reserve gestaan, daarna heb ik nooit meer iets uit Zeist gehoord en dat  heb ik eerlijk gezegd best wel vreemd heb gevonden.”​

Bayern München
Venneker zal in totaal zeven seizoenen het roodwitte ‘shirt der shirts’ dragen, op bijna alle plekken in het elftal uitkomen en in 228 wedstrijden als afmaker Sparta aan 57 doelpunten helpen. Eigenlijk heeft hij het alle jaren op Het Kasteel meer dan naar zijn zin gehad, waardoor hij het lastig vindt om direct echte hoogtepunten te benoemen. Op aangeven kan hij wel meegaan in de twee gedenkwaardige dubbele klapstukken die plaatsvonden in het ‘jaar van Kessler’ : de Europa Cup III- duels tegen Bayern München (25 november en 9 december 1970) en de bekerfinale in twee delen tegen Ajax in mei 1971.​

Over de ‘clash’ met de Duitse grootmacht weet Venneker vooral: ,,We waren niet zo kansloos als de einduitslag doet vermoeden. Uit hadden we nipt met 2-1 verloren. In de return in de Kuip scoorden wij de gelijkmaker, waarna Gert Müller vanaf de middellijn onverwacht terugschoot op zijn doelman Sepp Maier. Die bal ging op de paal! Was die eringegaan, dan hadden we natuurlijk nooit met 1-3 verloren!”​

Dries Visser
Aangaande de (uiteindelijk verloren) dubbele bekerfinale tegen Ajax: ,,Die hadden we meteen in het eerste duel in de Kuip moeten beslissen, nadat Dries Visser ons met een ongelooflijke toverbal vanaf de zijlijn op 2-1 had gezet. Maar vlak voor tijd maakte Cruijff dan toch nog gelijk. In de tweede wedstrijd in het Olympisch Stadion hebben we die mogelijkheid niet echt gehad, helaas.”​

AS Clermont Ferrand
Medio 1975 gaat Venneker in op een interessante aanbieding om bij het Franse AS Clermont-Ferrand in dienst te treden als speler/trainer. ,,Klaas Nuninga zat daar en die had me al een jaar eerder benaderd. Toen had ik nog ‘Nee’ gezegd, nu deed Sparta niet meer zoveel moeite om me te houden, dus ging ik. En daar heb ik geen seconde spijt van gehad! Ik heb in Frankrijk twee ronduit fantastische jaren gehad. Wilde er nog wel blijven, maar ik had ook nog een sportzaak in Hellevoetsluis. Daar moest ik toch weer meer aandacht aan besteden.”​

Na zijn profcarrière is Venneker aldoor in allerlei functies actief gebleven in het (amateur)voetbal. Nog steeds slijt hij veel van zijn vrije tijd langs de lijn, overal en nergens bij wijze van spreken. ,,Het spelletje blijft me boeien. Als ik jonge talenten voorbij zie komen, dan sta ik zo te genieten. Voor mij daarom geen golfstick als ontspanning, geef mij maar een potje voetbal.”