Home » Joh van Zoest, een carrière lang slingerend tussen pieken en dalen ​

Joh van Zoest, een carrière lang slingerend tussen pieken en dalen ​

woensdag 31 oktober 2018 - 10:00

In de rubriek Kasteelkanjers wordt het vizier gericht op oudspelers die Sparta in het roodwitte shirt extra kleur hebben gegeven. In de rij der memorabele smaakmakers belicht Louis Du Moulin ditmaal de zeer balvaardige en creatieve Joh. van Zoest, die namens de roemruchte Spangenaren tot 112 optredens in het eerste kwam voordat hij in 1981 plotseling naar De Graafschap verkaste. Nog altijd bezoekt de voorheen blonde Lekkerkerker alle thuiswedstrijden van zijn Rotterdamse voetballiefde.   ​

​Joh(annes) van Zoest (van 31 juli 1955) maakt in zijn thuishaven Lekkerkerk namens de gelijknamige voetbalvereniging al bij de C-tjes furore als driftig scorend aanvalstalent. 52 doelpunten staan er op zijn persoonlijke teller aan het eind van zijn laatste seizoen in die jeugdafdeling. De logische stap omhoog voert hem naar Sparta, omdat zijn voetbalgekke vader aan de Kasteelclub zijn hart heeft verpand. ​

Op Nieuw Vreelust ontwikkelt het behendige, maar tengere ‘boertje’ Van Zoest zich gestaag door, maar niet zodanig dat hij als vanzelf doorstoot naar de Geselecteerde Jeugd. ,,Het was eerst nog A2, toen A1, waarna ik pas in het derde jaar als A-junior doorbrak onder Wil Kwast, de toenmalige trainer. Wat daarbij ongetwijfeld heeft geholpen is dat ik in die periode flink in lengte bleek door te groeien. Ik was nooit zo groot geweest, maar op een gegeven moment stond de meetlat zowaar op 1 meter 87 en dat kwam me in het veld best goed uit,” herinnert Van Zoest zich. ,,Vervolgens ben ik als enige van die lichting doorgestroomd naar het C-team, waar ik op de rechterflank al snel mijn draai vond.”     ​

Superwisselvallig
Van Zoest debuteert in de roodwitte hoofdmacht op 26 oktober 1975 uit tegen FC Utrecht (4-2) als invaller voor rechterspits Stipan Matic en zal zich nadien opwerken tot basisspeler. Zijn voetballend vermogen staat buiten kijf, maar mentaal behoort hij bepaald niet tot de keilebijters die er altijd staan. Vandaar dat de schouderklopjes en complimenten voor vooral zijn creativiteit nogal eens worden afgewisseld voor stevige kritiek en ook reservebeurten. ,,Vooropgesteld, ik was als speler superwisselvallig,” aldus Van Zoest. ,,De ene keer lukte alles, de wedstrijd daarop ineens niets meer. Gevolg was dat ik nooit toekwam aan een lange serie in de basis, waarmee je meer zelfvertrouwen kweekt. De enige trainer die me langer liet staan was Cor Brom. Onder hem heb ik dan ook het best gepresteerd.” ​

Mooie doelpunten
Met Mircea Petescu als opvolger van Brom op de bank swingen Van Zoest en Sparta er in het seizoen 1978-1979 flink op los, waardoor zelfs de koppositie niet uit beeld raakt. Totdat in december het sleutelduel bij PSV uit  met 2-1 wordt verloren, ongelukkig en onverdiend.​

Van Zoest is die ‘helse’ spektakelpot in Eindhoven nooit vergeten, omdat zijn openingstreffer later werd uitgeroepen tot Doelpunt van de maand. ,,Tweemaal ben ik met die eer gaan strijken. De ene beauty was in 1977 thuis tegen Ajax, een poeier uit een corner achter Piet Schrijvers. De andere dus die goal bij PSV, een fantastische lob over de ver voor zijn doel staande Ton van Engelen, die er heerlijk invloog. Die goal valt te vergelijken met  die van Cruijff in het Zuiderpark tegenover Ton Thie, alleen die van mij zie je nooit meer terug op televisie.”​

Barry Hughes
Wanneer Barry Hughes als nieuwe Kasteelheer de scepter zwaait breken er voor Van Zoest mindere tijden aan. De entert(r)ainer uit Wales denkt hem zelfs niet meer nodig te hebben, wat zal leiden tot een onverwacht vertrek van de Lekkerkerker. Van Zoest weet nog: ,,Hughes was ondanks zijn grote mond een enorme schijthuis, die maar iedereen te vriend wilde houden en daarom zo min mogelijk in discussie wilde gaan. Dus wat deed hij? Hij hing een briefje op het prikbord in de kleedkamer waarop stond: Van Zoest teruggezet naar het C-team! Ik wist niet wat ik zag! En verder werd er met geen woord meer over gerept! Dat kan ik ook, dacht ik, dus even later hing er van mij een briefje met ‘Ontbind mijn contract dan maar!’​

De uitkomst van de merkwaardige communicatie  is dat Van Zoest eind januari 1981 verhuist naar De Graafschap. ,,Nadat mijn situatie bekend geworden meldden zich direct al een paar clubs. Ik koos voor De Graafschap, omdat Huib Ruijgrok daar op dat moment aan het roer stond en ik hem nog kende als assistent van Leo Steegman bij Sparta.”​

Hong Kong
In Doetinchem speelt Van Zoest zich gedurende een jaar weer behoorlijk in de kijker, waarna op een gegeven moment 30,het (lucratievere) buitenland lonkt. ,,De VVCS kwam met een aanbieding uit Hong Kong van South China AA voor zes spelers op proef. Ik er naartoe en omdat ik in de eerste de beste oefenwedstrijd drie keer scoorde wilden ze me graag hebben. Uiteindelijk heeft dat avontuur slechts drie maanden geduurd, maar het is wel een hele bijzondere ervaring geweest.” ​

Theo Laseroms
Hetzelfde geldt voor zijn laatste escapade als broodvoetballer met Bahrein als halteplaats en West Riffa als club.,,Ik was eigenlijk al gestopt, had me ingeschreven bij vv Lekkerkerk toen Theo Laseroms me belde. Of ik interesse had om bij hem in Bahrein te komen voetballen. Nou, dat wilde ik wel en ook daar heb ik zeker geen spijt van gehad.”​

Terug in Nederland neemt Van Zoest, amper 30, zich nog even voor op lager niveau verder te gaan pillen, maar daar komt het niet meer van. ,,Ik was intussen een herenmodezaak begonnen en daar moest ik heel veel tijd insteken. Sneller dan voorzien was ik daarom uitgevoetbald. Of ik alles uit mijn talent heb gehaald? Denk van niet, maar dat zal ook hebben gelegen aan mijn eigen gemakzuchtige instelling. Wat dat betreft was ik een beetje zoals René van der Gijp, al had ik natuurlijk niet zoveel in mijn mars als hij.”​

In een notedop
Zakelijk heeft Joh het samen met zijn ‘hartenvrouw’ Jenny al geruime tijd dik voor elkaar met naast een goed lopende kledingwinkel (Modejoh in Lekkerkerk)  een populaire horecagelegenheid (Eetcafé Plus BreekA in Krimpen aan den IJssel.​

Sparta is hij altijd op de voet blijven volgen en wel zoveel mogelijk op de tribune samen met zijn twee broers. ,,We slaan geen thuiswedstrijd over, zo diep zit die club er bij ons allemaal in. Voor mij persoonlijk markeert Sparta mijn leven in een notedop. Als kind ben ik er als supportertje met mijn vader gekomen, daarna heb ik er als speler vele mooie jaren gekend en nu zit ik er weer als doorgewinterde supporter, hopelijk nog heel lang.”  ​