Home » Jørgen Kristensen, de Tovenaar van Spangen die voor Sparta niet te houden was

Jørgen Kristensen, de Tovenaar van Spangen die voor Sparta niet te houden was

donderdag 5 april 2018 - 12:04

In de rubriek Kasteelkanjers wordt het vizier gericht op oud-spelers die Sparta in het roodwitte shirt extra kleur hebben gegeven. Deze keer is het de beurt aan Jørgen Kristensen, de Deense baltovenaar die voordat hij naar Feyenoord verkaste, de roodwitte aanhang op heel wat magische momenten tracteerde. Tegenwoordig slijt ‘De nachtmerrie van elke rechtsback’, intussen 69, zijn dagen in zijn café Magic in het vissersdorp Køge.

Ongelooflijk, zeker voor de gelukkigen die hem in actie hebben gezien, maar waar: machinebankwerker Jørgen Kristensen speelt tot zijn twintigste in zijn geboortedorp Hedehusene in de zesde (!) divisie van de Deense voetbalbond. Dan geeft Køge hem de kans om mee te draaien in de hoogste amateurklasse, maar al na tien wedstrijden is iedereen hem zat vanwege zijn grilligheid en gebrek aan discipline. Wie wil dan nog de weliswaar zeer getalenteerde, maar o zo onhandelbare linkspoot hebben? In eigen land een lastig verhaal, dus zoekt Kristensen zijn geluk in de Verenigde Staten, waar hij onderdak vindt bij de Detroit Cougars. Dat avontuur loopt al na een seizoen spaak vanwege het faillissement van de club. The Cougars staan voor drie miljoen in het rood, maar Kristensen is gelukkig zo slim geweest om bij zijn aantreden twee jaarsalarissen vooruit te hebben laten uitbetalen.

Hans Sonneveld
Met een behoorlijk gevulde portemonnee keert hij dan ook terug naar Europa om op z’n gemak een nieuwe werkgever uit te kiezen. Najaar 1968 tekent hij dankzij voortreffelijk speurwerk van Sparta’s superscout Hans Sonneveld  voor de Kasteelclub, waarvoor hij op tweede kerstdag debuteert in de hoofdmacht uit tegen Go Ahead (2-1). Van de warme aanbeveling van zijn Rotterdamse ontdekker (‘Kristensen heeft de kwaliteit en het lef van Cruijff’) blijkt al gauw niet veel te zijn overdreven.

Op de linkerflank, waar eerder de zeker ook behendige Lambert Verdonk speelde, ontpopt de vaak onnavolgbare Deen zich tot (zoals de kranten geregeld koppen) de Tovenaar van Spangen. Met hem langs de lijn en verder aan het aanvalsfront Jan Klijnjan, Charly Bosveld, Janusz Kowalik en Nol Heijerman beleeft Sparta hoogtijdagen, zeker als ex-bondscoach George Kessler in het seizoen 1970-1971 op Spangen de teugels in handen heeft.

Misschien wel zijn beste partij legt Kristensen op 9 december 1970 neer op de mat van de Kuip tegen Bayern München, waar hij Beckenbaur en de zijnen keer op keer in de luren legt, zelf de gelijkmaker scoort, maar alleen  niet kan verhinderen dat de West-Duitse grootmacht toch aan het langste eind trekt (1-3). Duidelijk is dan inmiddels dat  het voor Sparta moeilijk zal zijn om de ‘Wizard from Danmark’  voor de club te behouden, ook heeft hij het op het Kasteel enorm naar zijn zin met vooral voornoemde ploeggenoten.

Opvolger Coen Moulijn 
Dat Feyenoord in het voorjaar van 1972 bij hem aanklopt om de illustere Coen Moulijn op te volgen is tegen die achtergrond een regelrechte uitkomst. Na zijn overgang naar de Kuip zal Kristensen nog geruime tijd in de Ridderzaal te vinden zijn, gewoon omdat hij daar meer lol heeft dan op Rotterdam-Zuid. Daar gaat het er echter nog serieuzer aan toe en wordt er van hem (nog) meer verlangd. Dat beseffende draagt ‘de Kleine Egoïst’ (zijn zelf geschonken bijnaam) volop bij aan de nodige nieuwe successen, waaronder het veroveren van de UEFA Cup in 1974.

Twee jaar later lonkt andermaal George Kessler vanuit West-Berlijn en Kristensen verkast naar Hertha BSC, dat in die dagen strijd om de hoogste prijzen, maar er net steeds naast zal grijpen. De slotfase van zijn actieve voetballoopbaan speelt zich vanaf 1978 (weer) af in Amerika, waar hij op een gegeven moment het veld verruilt voor de zaal. Bij onder meer de Wichita Wings vertoont Kristensen nog tot in 1987 zijn fenomenale balvaardigheden . Vervolgens komt hij, met negentien ‘veldinterlands’ achter zijn naam, ook nog uit voor het Deense nationaal zaalvoetbalelftal.

Piet Ocks
Eenmaal de fantastische trucendoos opgeborgen begint Kristensen in het visserdorpje Koge een eigen kroeg, de naam Magic is ontleend aan zijn (Amerikaanse) koosnaam Magic Jørgen. Groot fan en voetbaljournalist Piet Ocks zoekt hem, nog niet zo lang geleden, op en constateert dat de intussen gevorderde zestiger Kristensen opvallend jong is gebleven, zowel qua uiterlijk als in doen en laten. ,,Jørgen is niet of nauwelijks zwaarder geworden en houdt nog steeds van een dolletje,” aldus de auteur van onder de vermakelijke voetbalverhalenbundel ‘Die zit!’.

Een pilsje gaat er ook altijd nog van harte in bij de ‘beroemde’ cafébaas, die zich buitenshuis nog het meest met zijn paarden vermaakt. Heimweegevoelens richting Nederland zijn hem vreemd: ,,De laatste keer dat ik er ben geweest, was in 1996, voor de benefiet van Kristen Nygaard”. Wat betreft ‘the States’ wil hij hooguit een misverstand nog eens rechtzetten: ,,Omdat ik er niet in spuugde kreeg ik daar binnen de kortste keren de hardnekkige bijnaam Tuborg. Fout dus, want ik drink al mijn hele leven lang als het even kan Carlsberg!