Home » Opleiden en presteren in Tweede Divisie

Opleiden en presteren in Tweede Divisie

vrijdag 2 maart 2018 - 19:02

De seizoensstart van Jong Sparta Rotterdam, had erg veel weg van de vorige. De enige overgebleven beloftenploeg in de Tweede Divisie (Jong AZ werd vorig seizoen kampioen, Jong Vitesse en Jong FC Twente degradeerden) zag een aantal sterkhouders doorschuiven naar het eerste elftal. Hierdoor trad Frank van Kempen de competitie aan met veel jonge en onervaren spelers die voor het eerst met volwassen tegenstand te maken hadden.

‘Dat is heel erg goed voor die jongens’, vertelt de trainer. ‘Je speelt tegen veel spelers met meer ervaring en kracht, die resultaatgericht denken en spelen, waar het bij de andere jeugdelftallen voor een belangrijker deel gaat om ontwikkeling. Dat is heel leerzaam en dat maakt je snel volwassen, maar het heeft even nodig voordat een team daaraan gewend is.’

De eerste paar duels leverden weinig punten op, maar voor de winterstop leek het lek voorbij. Tussen eind oktober en begin december werd uit zes duels viermaal gewonnen, waarmee de stijgende lijn die het spel vertoonde zich ook in de resultaten begon te uiten. Kenmerkend was misschien wel de wedstrijd tegen GVVV, waarin Jong Sparta twee keer op achterstand kwam en de tweede lang op het bord zag blijven, maar weigerde zich gewonnen te geven. In de blessuretijd werd dit via Ioannis Bouras beloond; de ingevallen aanvaller tekende voor de verdiende gelijkmaker.

‘Hij bleef doorgaan met waar hij mee bezig was’

De transferperiode kwam wat dat betreft niet al te best uit. ‘Op het moment dat het beter ging, vertrokken in Koen Muller, Bryan Janssen, Álex Craninx en Daniël Breedijk spelers die hiervoor belangrijk waren. Vooral het gemis van Daniël, die wat ouder en verder was dan zijn teamgenoten en de verdediging echt goed neer kon zetten, bleek erg groot. Voor die jongen was het mooi dat hij in FC Dordrecht een club vond waar hij in de eerste divisie kon spelen, en wij zijn uiteraard erg blij dat hij het daar zo goed doet, maar voor ons was het een aderlating. Dit geeft anderen wel de mogelijkheid zelf een leidersrol op zich te nemen. In Marlon Pereira voegden we bovendien routine toe aan het team.’

Iemand die dit seizoen gegroeid is in zijn leidersrol, is aanvoerder Abdou Harroui, die inmiddels zijn debuut maakte in het eerste. ‘Abdou is een jongen die heel veel kwaliteiten heeft. Hij kan controlerend op het middenveld spelen, als aanvallende middenvelder is hij met scorend- en voetballend vermogen van groot belang en in de tweede helft tegen IJsselmeervogels zette ik hem centraal achterin, wat hij uitstekend invulde. Ik kende Abdou nog van mijn tijd bij de O19. In de voorbereiding op vorig seizoen kregen vier van zijn teamgenoten de kans zich te bewijzen bij het eerste elftal. Dat Abdou hier niet bij hoorde, zal vast als een teleurstelling gevoeld hebben, maar dat merkte je niet aan hem. Hij bleef doorgaan met waar hij mee bezig was, bleef zich focussen op zijn eigen ontwikkeling en niet veel later stond hij al in Jong Sparta en nu zelfs Sparta 1.’

Harroui is niet de enige waar Van Kempen zowel vorig seizoen als dit seizoen mee werkte. Meer spelers hebben inmiddels dezelfde stap gezet als de trainer, door van de O19 de stap naar Jong Sparta te maken. ‘Halil Dervisoglu is ook zo’n jongen. Goede spits, groot talent, moet zich nog ontwikkelen op een aantal fronten, maar is zich daar ook bewust van. Hij kan vanuit het niets een grote kans creëren, maar moet zijn killersinstinct in de afwerking nog verbeteren, maar dat gaat al de goede kant op. Ook iemand als Youri de Winter klopt op de deur. Is fysiek ontzettend sterk en laat regelmatig hele goede dingen zien, hij moet er alleen aan werken dat hem dat iedere wedstrijd lukt.’

Het seizoen is nog niet voorbij in een Tweede Divisie waar de verschillen klein zijn en veel mogelijk is. Van Kempen is wel vol vertrouwen in een goede afloop. ‘Het was jammer dat we na de winterstop eigenlijk vrijwel opnieuw konden beginnen met het bouwen van een team, maar ik geloof dat we ons veilig gaan spelen. Uiteindelijk is opleiden natuurlijk ons belangrijkste doel, maar willen we ook presteren en op z’n minst erin blijven. De tegenstanders spelen prestatiegericht, maar wij willen dat ook kunnen.’