Home » Wonderkeeper Wim Landman was ook de held van Toon Hermans

Wonderkeeper Wim Landman was ook de held van Toon Hermans

maandag 5 maart 2018 - 16:57

In de rubriek Kasteelkanjers wordt het vizier gericht op oudspelers die Sparta in het roodwitte shirt extra kleur hebben gegeven. In de rij der memorabele smaakmakers belicht Louis Du Moulin ditmaal de legendarische doelman Wim Landman, wiens ‘eeuwige roem’ vooral is gebaseerd op zijn stijlvolle en charismatische optredens onder de lat. Buiten het veld leidde deze allereerste ‘Zwarte Panter’ een veel minder gelukkig bestaan, waar hij zelf in juni 1975 een bruut einde aan maakte.

In de nazomer van 1949 is het eindelijk zover. Spraakmakende goalie Wim Landman is dan toch overgekomen van naaste buur Neptunus en debuteert voor Sparta, de (top)club waarvoor hij altijd al heeft willen uitkomen, maar als jong talent werd geweigerd. Landman,  inmiddels 28 jaar, geniet al  behoorlijke faam als wonderkeeper en ‘stijlicoon’ (dan nog onbekende term), heeft de uitstraling van een Hollywoodster als Clark Gable.

Op het Kasteel groeit hij binnen de kortste keren uit tot ware publieksheld, samen met de vrijwel gelijktijdig bij DCV weggeplukte stopper Rinus Terlouw. De kranten hebben volgestaan over hun komst naar Spangen die moet zorgen voor de nodige sportieve opluchting (‘Sparta in het nauw haalt Landman en Terlouw’) na een belabberd seizoen, waarin het steevaste Eerste Klasseschap ternauwernood is veiliggesteld.

Het Gouden Blok
Getweeën vormen de nieuwkomers voor de ganse roodwitte aanhang  (volgens een piepjonge Jules Deelder) al gauw Het Gouden Blok, waardoor er voor Sparta weer mooie tijden aanbreken. Allebei zijn ze een attractie apart: Terlouw als de niets en niemand vrezende krachtpatser Rinus de Rots, Landman als de spectaculair zweefduikende en dropkickende, altijd tiptop geklede Zwarte Panter, een bijnaam die collega Frans de Munck later handig zal weten over te nemen.

Superfan Toon Hermans
De optredens van de Sparta-keeper spreken zo tot de verbeelding dat de kleine Pim Doesburg maar een ding wil: ook zo’n fantastische doelman worden! En de net doorbrekende Limburgse cabaretier Toon Hermans, zelf ooit ballenvanger, laat geen mogelijkheid voorbij gaan om Landman van nabij aan het werk te zien. ,,Als hij in Amsterdam speelde tegen Ajax of Blauw-Wit moest en zou ik bij hem achter het doel staan. Ik schafte dan ook pas na de toss mijn kaartje aan. En om van helft te kunnen wisselen kocht ik dan in de rust de suppoost om met twee sigaretten, dan kon  mijn middag niet meer stuk.”

Hij is zo teleurgesteld dat hij van de ene op de andere dag helemaal stopt met keepen

Landman heeft bij de Olympische Spelen van 1948  in Londen al de Nederlandse driekleur mogen dragen, maar wel als reserve bij Oranje. Die rol blijft hem lang toebedeeld, omdat keuzeheer Karel Lotsy nu eenmaal een bijzondere band heeft met Piet Kraak, de sluitpost van Stormvogels. Op 31-jarige leeftijd speelt de Spartaan zijn eerste interland: op 15 november 1952  in het uitduel tegen Engeland (2-2).

Abrupt gestopt
Overtuigend is zijn inbreng in de ogen van voornoemde KNVB-bons niet geweest, want Landman wordt bij het Nederlands elftal geen vaste keus. Daarover is hij zo teleurgesteld dat hij een jaar later van de ene op de andere dag helemaal stopt met keepen! Bij Sparta, waar men zijn emotioneel onrustige aard kent, is er enig begrip voor zijn besluit en vooral hoop op snelle inkeer bij de populaire steunpilaar, die voorlopig verder gaat als voetballer in het derde elftal.

Tot een terugkeer in het roodwitte doel zal het niet meer komen, maar Landman vervolgt nog wel zijn keepersloopbaan. Eerst bij de ‘wilde’ Betaaldvoetbalclub Rotterdam, die na enige tijd onder KNVB-vlag zal worden voortgezet als SHS (Scheveningen Holland Sport). In dienst van die club beleeft hij zijn grootste tragedie, zijnde de opzienbarende poging tot omkoping aan zijn adres, die hem in zijn nadagen (1959) vijftien maanden schorsing zal kosten.

Omkopingschandaal
In zijn boek ‘Het drama Wim Landman, Oranje doelman slachtoffer van  matchfixing’ (2015) heeft senior-journalist Jan D. Swart (vroeger Het Vrije Volk, Haagsche Courant, thans Dagblad010) de hele gang van zaken rond die merkwaardige zaak uitvoerig gereconstrueerd. En daarbij aannemelijk gemaakt dat de ‘bond’ Landman destijds ten onrechte heeft willen veroordelen voor het opzettelijk doen verliezen van een wedstrijd (SHS-BVV, 1-5) voor (een beetje) geld. Tegelijkertijd komt in deze voor Spartanen extra interessante ‘voetbalthriller’ naar voren dat de verdachte zich wel erg zwak heeft verdedigd (zonder advocaat), waardoor hem uiteindelijk toch nog nalatigheid kon worden aangewreven (wegens niet melden van huisbezoek van delegatie tegenstander).

Depressies
De bizarre, vernederende affaire is Landman nooit meer te boven gekomen. Zijn eerste huwelijk leed zwaar onder zijn depressies en moest wel stranden. Zijn tweede echtgenote kon hem evenmin nog gelukkig maken, waarna bij hem het gevoel van mislukking met de dag sterker werd, zoals ook de wens om uit het leven te stappen. Op 27 juni 1975 heeft de tobbende ex-sportheld de moed verzameld om te doen wat hij al zo lang wil en gooit zich bij Bleiswijk voor de trein. Wim Landman heeft zichzelf eindelijk verlost van zijn demonen, zijn faam als charismatische wonderkeeper leeft voort.