Home » Kasteelkanjer: Freek van der Lee

Kasteelkanjer: Freek van der Lee

dinsdag 6 februari 2018 - 17:10
 ‘Buurman’ Xerxes fungeert halverwege de jaren ’50 als een belangrijke spelersleverancier voor Sparta. Grootste talent Coen Moulijn kiest na lang aarzelen weliswaar voor Feyenoord, maar tal van andere ‘Zebra’s’ komen voor de gewenste stap omhoog naar Het Kasteel. Denk aan grote rood-witte namen als Ad Verhoeven, Pim Visser, Jan Villerius en ook Freek van der Lee.

Laatstgenoemde debuteert in het ‘shirt der shirts’ op 20 oktober 1957 in de thuiswedstrijd tegen Rapid JC, samen met ‘superaankoop’ Janny Schilder die direct geschiedenis zal schrijven door als gelegenheidsspits tweemaal te scoren (uitslag 2-1).

Van der Lee, die achterin naast Rinus ‘de Rots’ Terlouw veel minder opvalt, speelt wel zo’n degelijke partij dat trainer Denis Neville hem voorgoed in de basis laat staan. Meestal als linksback groeit hij uit tot een van de stille steunpilaren van het team dat Sparta eerst in 1958 aan de eerste KNVB-bekertriomf helpt en een jaar later _ primeur- naar de Coolsingel voert om met talloze supporters de zesde landstitel te vieren. ,,We waren als ploeg echt de top van Nederland,” blikt Van der Lee (van 8 augustus 1935) met gepaste trots terug. ,,Hoe dat kwam? Onze kracht was eigenlijk de mix. We hadden van alles wat. Techniek en snelheid, maar net zo goed kracht en hardheid. Iedereen wist ook wat ervan hem werd verlangd, er zat veel vastberadenheid in, we gaven nooit op. En er was heel veel discipline. Dankzij Neville, voor wie we allemaal het grootste respect hadden. Over de middenlijn komen? Ik haalde het niet in mijn hoofd, want je wist wat de trainer daarover had gezegd.”

Ter Meulen
Van der Lee schopt het als Spartaan tot het Nederlands B-elftal, deels omdat de Kasteelclub hem als semi-prof aan een comfortabele (bij)baan heeft geholpen. ,,Toen ik kwam was ik nog loodgieter, maar dat werk bleek al gauw lastig te combineren met het voetballen in de Eredivisie. Het liep soms door tot in de avonduren, waardoor voor mij de trainingen in de namiddag een probleem werden. Als oplossing regelde Sparta een functie bij de technische dienst van Ter Meulen, die het leven veel gemakkelijker maakte en me in staat stelde om me om vier uur op Spangen te melden.”

Paar centen
Vrij onverwacht stapt vaste waarde Van der Lee in de zomer van 1963 over naar ADO. De reden: onvrede over de financiële aanbieding die Sparta hem heeft gedaan. ,,Het ging maar om een paar centen, maar die konden er volgens bestuurslid Gé Kleingeld, die over de spelerscontracten ging,  kennelijk niet vanaf en wat tekengeld, zoals gebruikelijk was geworden, evenmin. Ik heb me daarom op de transferlijst laten plaatsen, waarna meteen ADO kwam. Daar kreeg ik wel wat ik vroeg plus ook nog een beetje tekengeld,” herinnert Van der Lee zich moeiteloos.
In het Haagse Zuiderpark staat hij, onder supervisie van Ernst Happel, nog geregeld zijn mannetje. Totdat de jonge garde zich aandient in de persoon van Harry Vos en Van der Lee genoegen heeft te nemen met een rol als wisselspeler.

Door heel Amerika
Meest memorabele ervaring uit zijn ADO-periode is wellicht de (bijna vergeten) ‘tournee’ die hij in 1967 met de Hagenezen maakte door de Verenigde Staten onder een andere naam: de San Francisco Golden Gate Gales. ,,Het was in de tijd dat voetbal in Amerika nog van de grond moest komen. We speelden in een wilde bond (United Soccer Association-LDM) een competitie met zo’n twaalf soortgelijke gelegenheidsteams. Binnen pakweg twee maanden werd dat hele programma afgewerkt, met twee wedstrijden per week en dat ging dan door het hele land. Je begrijpt dat we flink wat uren in het vliegtuig hebben gezeten. Alles bij elkaar was het schitterend om te mogen meemaken. Dick Advocaat was er als een van de jonkies ook bij, we hebben dus nog een aantal keren samen gevoetbald.”

Vechter
Van der Lee, wiens hart altijd vurig voor Sparta is blijven kloppen, zegt dezer dagen blij te zijn dat deze oude ploegmakker intussenop Het Kasteel het heft in handen heeft genomen. Ook in zijn ogen is ‘de kleine Generaal’ de aangewezen man om de rood-witte Spangenaren voor een nieuwe degradatie te behoeden. ,,Dick is een echte vechter en die hebben we nodig, want de situatie is precair. We zitten al geruime tijd in de hoek waar de klappen vallen, dan zul je zien dat je ook nog door pech wordt achtervolgd. Hoe vaak hebben we niet met slechts een doelpunt verschil verloren, terwijl er best meer in had gezeten? Neem de laatste drie duels maar! Het is dikwijls net een lullig foutje waardoor het misgaat, net dat beetje geslepenheid dat ontbreekt. Het moet toch ook een keertje wèl even meezitten, waardoor je wel wint? Ik ga ervan uit dat het daarvan gaat komen. Dat moet! Want de moed opgeven? Dat nooit!”