Home » ‘Mooie Cor’ Pot kent maar één liefde voor het leven: Sparta

‘Mooie Cor’ Pot kent maar één liefde voor het leven: Sparta

donderdag 27 december 2018 - 11:12

In de rubriek Kasteelkanjers wordt het vizier gericht op oudspelers die Sparta in het roodwitte shirt extra kleur hebben gegeven. In de rij der memorabele smaakmakers belicht Louis Du Moulin ditmaal Cor Pot, die zijn dierbare club eerst dient als snelle spits, jaren later plaatsneemt in het bestuur en dit voorjaar rechterhand was van ‘interim’ Dick Advocaat. Onlangs verscheen de autobiografie van de ‘George Clooney van Rotterdam’. Logische titel: ‘Mooie Cor’.
​​
Cor Pot is elf als Spartascout Piet de Visser hem aan de lopende band ziet scoren bij Steeds Hooger. Voordat de kleine goalgetter uit Overschie het beseft wordt hij ingelijfd door de grote club uit Spangen. Waarna zich een warme liefde voor SP-AR-TA voor het leven ontplooit, die ongetwijfeld pas zal worden beëindigd als de inmiddels 67-jarige Cornelis Geert Aaldrik Pot zijn laatste adem zal hebben uitgeblazen.​

De duurzame band met Sparta komt keer op keer naaar voren in het gebundelde levensverhaal getiteld ‘Mooie Cor’, dat journaliste Mayke Wijnen op knappe wijze voor en met Pot heeft opgetekend. Zeker voor Spartanen is deze ‘complete bio’, waarvan de hoofdpersoon zelf eerst niet direct de noodzaak van inzag, zonder meer een aanrader. Omdat de verbondenheid tussen individu en voetbalinsituut een periode van meer dan 55 jaar beslaat en wel in verschillende relaties. Pot begint in 1962 als juniortje op Nieuw Vreelust, klimt als een van de weinigen van zijn lichting op tot het eerste elftal, vertrekt maar blijft supporter, keert later (kortstondig) terug in de Raad van Commissarissen en rondt daarna (waarschijnlijk) zijn carrière als trainer af op Het Kasteel als assistent van Dick Advocaat.​

Gigi Riva
Onomstreden als actieve Spartaan is Pot wellicht alleen in zijn jonge jaren geweest. Tot en met zijn opmars tot de A-selectie geldt hij als een bijzonder talent: razendsnel en makkelijk scorend, in de stijl van de Italiaanse spits Luigi Riva, wiens koosnaam Gigi onze Cor ook cadeau krijgt van zijn ploeggenoten. ​

Kasteelheer Georg Kessler laat hem op 28 februari 1971 tegen NAC (uitslag 1-1) debuteren in zijn geweldige ‘kanjerteam’ . Pot valt goed in (voor Nol Heijerman), zijn doorbraak lijkt nog een kwestie van tijd, maar toch komt het er niet van. ​
Tot medio 1973 schikt hij zich in zijn rol als vaste bankzitter, terwijl hij zich in het tweede zich geregeld ontpopt tot man van de wedstrijd. Aan de ene kant frustrerend, anderzijds maakt hij er het beste van door gulzig kennis te nemen van het profvoetballersbestaan, zoals dat op Spangen en daarbuiten zich afspeelt. ​

Barcelona
Cor wordt als groentje van net twintig door ervaren rotten als Jan Klijnjan, Charly Bosveld, Hans Eijkenbroek, Ger ter Horst en Nol Heijerman wegwijs gemaakt in het nachtleven van Rotterdam èn van Barcelona. Nadat Sparta op 18 februari 1973 het vriendschappelijk duel in Camp Nou tegen de ploeg van Rinus Michels heeft gewonnen (0-1) zetten de routiniers in de buurt van de Ramblas tot aan het ochtendgloren flink de bloemetjes buiten, Cor kijkt zijn ogen uit, wat een leermoment!​
Tegen die tijd begint hij er ook rekening mee te houden dat hij weleens niet als voetballer de (sub)top zal bereiken. ,,Bij Sparta zag iedereen me altijd als een groot talent, maar zelf heb ik dat nooit zo gezien,” bekent Pot in zijn ‘memoires’. De sfeer van glitter en glamour zal hem altijd blijven aantrekken, om zijn carrièreperspectief te verbreden besluit hij even later om te gaan studeren aan de Sportacademie.​

Föhn
Zijn reputatie als (zeer vrouwvriendelijke) ijdeltuit blijkt hem vooruitgesneld als Cor in de zomer van 1975 (na twee vrij anonieme jaren bij MVV en Haarlem) terugkeert in Rotterdam om zich bij Excelsior te bewijzen. In de kleedkamer op Woudestein hangt een briefje met ‘Voor Cor’ , daaronder ligt als welkomsgeschenk een fraaie föhn!​
Kleedkamerhumor, Pot is er vaak het mikpunt van, maar weet ook van uitdelen. Hilarisch zijn in ‘Mooie Cor’ zijn herinneringen aan de grappen die hij samen met André Stafleu uithaalt als ‘mannetjes van de radio’ die hun ploeggenoten opbellen en in de maling nemen. ​

Sappige anekdotes te over dus in het grote Potboek, ook over een andere (over)bekende hobby van Cor: vrouwen! Als ‘de George Clooney van Rotterdam’ is hij niet te beroerd om andere mannenbroeders van versiertips te voorzien: ,,Wees beleefd, toon oprechte interesse, praat niet teveel over jezelf en wees duidelijk,daar houden vrouwen van!”​

Sleutelmoment
Sereus sleutelmoment in zijn leven is in 2006 de onverwachte scheiding van zijn Carla na een huwelijk van 24 jaar. Cor is in shock, begrijpt niets van haar drastsiche besluit om zonder hem verder te willen, ligt een week lang huilend in bed, maar ​kan dan toch weer de knop omdraaien. De juiste man die hem op het juiste moment treft is even later Dick Advocaat, die hem vraagt om als zijn assistent mee te gaan naar Zenith-Sint-Petersburg. ,,Was ik hem niet toevallig op Schiphol tegen het lijf gelopen, dan was voor mij alles heel anders gelopen. Ik heb geluk gehad, Dick is de gouden draad in mijn leven gebleken.”​

Van Gaal en Vloet
In de Russische metropool beleeft Cor drie topjaren, die hem financieel ruimschoots onafhankelijk maken. Vervolgens staat hij vier jaar (2009-2013) aan het roer bij Jong Oranje, waarbij op de valreep zijn vriendschap met een volgens hem onbeschofte Louis van Gaal sneuvelt. Toegetreden tot de RvC bij Sparta (2013) merkt Pot al snel op dat de dubbelfunctie van Wiljan Vloet als technisch èn algemeen directeur onwenselijk is. Het naar buiten brengen van die mening betekent ook het einde van zijn commissariaat.​

Dieptepunt
En dan nog zijn (voorlopig?) laatste optreden op Het Kasteel dit voorjaar, de mislukte missie gericht op lijfsbehoud. ‘Mooie Cor’ daarover: ‘Het dieptepunt in mijn carrière. De klap was enorm, ook voor Dick. Want we hadden steeds het gevoel gehad dat we het zouden redden. Met die zee aan pech was het ook wel erg lastig. We hebben wellicht teveel gewisseld om duidelijkheid en vastigheid te kunnen scheppen. Het is dat wat ik ons kwalijk wil nemen.” ​