Home » Voor Wiel Coerver, de Albert Einstein van het voetbal, is Sparta eerste proeftuin

Voor Wiel Coerver, de Albert Einstein van het voetbal, is Sparta eerste proeftuin

woensdag 16 oktober 2019 - 14:00

In de rubriek Kasteelkanjers wordt het vizier gericht op oud-spelers en ex-trainers die Sparta extra roodwitte kleur hebben gegeven. In de rij der memorabele smaakmakers belicht Louis Du Moulin ditmaal de legendarische Wiel Coerver, wiens opmars als trainer in de (inter)nationale voetbalwereld medio 1966 op Spangen begint. Tot op de van vandaag gelden de bijzondere trainingsmethoden van de ‘Albert Einstein van het voetbal’ als toonaangevend.

Sparta breekt in 1966 met de gewoonte om Britse trainers (Denis Neville, Bill Thompson) als Kasteelheer aan te stellen. Nieuwe sterke technische man wordt heel verrassend de Limburger Wiel Coerver, die als speler naam maakte met Rapid JC (landskampioen in 1956, voorloper Roda JC) en als trainer met de amateurs van SVN (Sportvereniging Nieuwenhagen) in het zuiden zes jaar lang succesvol is geweest. Boven de Moerdijk is de 41-jarige Kerkradenaar bij het grote publiek nauwelijks bekend, menige Spartaan heeft zo zijn twijfels over de benoeming van deze  provinciaal uit de mijnstreek.​

Coerver stoort zich echter niet aan die argwaan en gaat in Rotterdam aan de slag met een vernieuwde spelersgroep die hij snel naar zijn hand zet. Met sleutelfiguren als Hans Eijkenbroek, Theo Laseroms, Charly Bosveld, Hans Bentzon en Pim Doesburg maakt hij van het Kasteel een schier onneembare vesting en ook uit is Sparta maar moeilijk te verslaan. Aan het eind van zijn eerste dienstjaar kan Coerver dan ook een uitstekend rapport overleggen: derde plaats (na Ajax en Feyenoord) met 48 punten, doelcijfers 50 voor en 25 tegen. Het is de hoogste klassering sinds 1963, eentje ook die de Spangenaren in de Eredivisie niet meer zullen evenaren.​

Pim of Jan onder de lat
Tussentijds heeft Coerver best geworsteld met een lastig probleem, zijnde de keuze tussen de twee talentrijke keepers in de roodwitte selectie. Pim Doesburg (net 24) is al enige jaren de zeer gewaardeerde vaste kracht onder de lat en  mag zich inmiddels ook Oranjeklant noemen. Achter hem staat de superatletische Jan van Beveren, pas 18,  te popelen om zijn plaats in te nemen. Van hem blijkt Coerver dan toch het meest gecharmeerd, wat zal leiden tot de rappe doorbraak van ‘Lange Jan’ en het vertrek van Doesburg naar PSV.​

Duidelijk is voor iedere Spartaan intussen ook dat de Limburgse Kasteelheer helemaal bezeten is van ‘het spelletje’. Sommige spelers worden gek van hem, andere pikken zijn aanpak gemakkelijker op en merken dat ze er beter van worden. Ongewoon zijn Coervers trainingsopdrachten zeker. Hij laat zijn reeds volwassen pupillen ‘tot in het oneindige’ kappen en draaien met de bal,  oefent uren  extra op traptechniek, balcontrole, lichaam-ertussen-zetten, wegdraaien-bij-de-tegenstander. En niet te vergeten op slidings, soms in de modder in het bos, waarbij zijn spelers ter bescherming in potsierlijke lompe broeken zijn gestoken. ​

Het artikel gaat verder onder de afbeelding

Nol Heijerman
Al deze oefeningen vormen de basis van wat later de wereld over zal gaan als de Coervermethode, door de idealistische bedenker in boekvorm gegoten onder de titel ‘Voetbal, leerplan voor de ideale voetballer’. De Spartanen zijn dus de eerste (semi-)profs die eraan moeten geloven, de meeste menen er wijzer van te zijn geworden. Zo noemt rechtsbuiten Nol Heijerman als hij eenmaal uitgevoetbald is Coerver zijn beste trainer ooit.      .​

Aan klinkende resultaten kan de bevlogen ‘voetbalprofessor’ Sparta evenwel niet echt  helpen. Ondanks aangerukte versterkingen (als Jan Klijnjan, Hans Venneker, Jörgen Kristensen, Janusz Kowalik) glijdt de ploeg gestaag af, met als gevolg dat Coerver begin 1970, na drieënhalf jaar, wordt ontslagen. ​

Succes met Feyenoord​
NEC wordt zijn volgende werkgever, alwaar hij bij beloftevolle middenvelders als Jan Peters en Frans Thijssen hun techniek op een hoger plan brengt. Oogsttijd is het voor Coerver als trainer van Feyenoord, dat onder zijn leiding in 1974 de landstitel en de UEFA Cup verovert. Het jaar daarop verkast Coerver naar Indonesië,in feite op doktersadvies: een warmer klimaat is beter voor de hartproblemen waarmee hij kampt. ​

Coerver duikt vervolgens nog even op bij Go Ahead Eagles en keert daarna toch weer terug naar Jakarta om er nog enige tijd in stilte een adviseursfunctie bij de Indonesische voetbalbond te gaan vervullen.​

Cursussen voor leergierigen zal hij nog heel lang in tal van landen blijven geven. Zijn boeken worden in vele talen uitgebracht, hetzelfde geldt voor videobanden en dvd’s. ​

Tot de gelukkigen die er het nodige van heeft opgestoken behoort oud-pupil Mario Been, die zich Coerver met veel plezier en warmte herinnert:,,Een memorabel persoon  en een geweldig mens.”​

Johan Cruijff  ​
De erkenning voor zijn geestverruimende ‘lespakketten’ is hem zeker niet komen aanwaaien, maar is inmiddels al jaren enorm en nog altijd groeiende. Mijlpaal voor hem is ongetwijfeld in 2008 de ontvangst van de Oeuvreprijs voor beste trainer/coach van de Coaches Betaald Voetbal. Dat Johan Cruijff in  2015 nog eens uitvoerig een lans breekt voor de ‘Coervermethode’ heeft ‘de Albert Einstein van het voetbal’ niet meer mogen beleven.​

Wiel Coerver overlijdt eerder in april 2011 op 86-jarige leeftijd aan de gevolgen van een longontsteking. Daarbij achterlatend onder meer de eerste les waar volgens hem ‘het spelletje’ altijd mee moet beginnen: “Voetballen doe je voor 20 procent met je hoofd, 20 procent met je benen en 60 procent met je hart. Dus speel altijd met je hart”.​