Home » Beenbreuk Hans de Koning kostte Sparta bijna zekere zevende landstitel

Beenbreuk Hans de Koning kostte Sparta bijna zekere zevende landstitel

dinsdag 13 februari 2018 - 17:23

In de rubriek Kasteelkanjers wordt het vizier successen gericht op oudspelers die Sparta in het roodwitte shirt extra kleur hebben gegeven. In de rij der memorabele smaakmakers belicht Louis Du Moulin ditmaal middenvelder Hans de Koning, die deel uitmaakte van de zo succesrijke ploeg van Denis Neville. Samen met Ad Verhoeven vormde de altijd gedreven Gouwenaar een legendarisch tandem. Totdat een ongelukkige botsing met Ajacied Piet Keizer het voortijdige einde inluidde van zijn voortvarende voetbalcarrière.

De Eredivisiejaargang 1962-1963 is om meerdere redenen een bijzondere. Allereerst vanwege de primeur van slechts zestien deelnemende clubs. Ten tweede omdat de barre winterse omstandigheden (denk aan de helse Elfstedentocht!) een flinke spelbreker zijn: pas medio maart kan de competitie worden hervat. Waarbij Sparta meteen weer net zo slagvaardig voor de dag komt als voor het intreden van de ‘ijstijd’ en bijna twee maanden lang lijkt af te stevenen op een nieuwe landstitel.

Acht ronden voor het einde voert de ploeg van Denis Neville met vier punten (nog twee per gewonnen duel) voorsprong de ranglijst aan wanneer op 12 mei Ajax op bezoek komt. Het tjokvolle Kasteel ziet namens de Spangenaren Piet van Miert en Piet de Vries soepel scoren, Henk Groot voor Ajax de achterstand verkleinen, maar tussendoor ook een drama met verstrekkende gevolgen: bij een pittig persoonlijk duel met Ajacied Piet Keizer breekt Spartaan Hans de Koning zijn rechterscheenbeen. De karaktervolle middenvelder wil eerst nog doorspelen, alsof het slechts een kleinigheidje betreft, maar moet zich natuurlijk toch gewonnen geven.

Kater van jewelste
Zodoende gaat Sparta de seizoensfinale in zonder de man die steevast voorop placht te gaan in de strijd en die aderlating blijkt enorm. Het elftal is plots stuurloos en heeft  ook niet meer de absolute wil om te winnen. Uit de navolgende vijf wedstrijden wordt nog slechts een punt gehaald, waardoor PSV gemakkelijk de koppositie kan overnemen. De twee zeges in de laatste speelronden (0-2 bij Feyenoord, 4-2 thuis tegen SC Enschede) doen er daarna eigenlijk niet meer toe. De Eindhovenaren kunnen (finishend met drie punten voorsprong) gaan feestvieren, op en rond Het Kasteel hangt een kater van jewelste.

Het mislopen van het zevende landskampioenschap wordt voor alle Spartanen die het bewust hebben meegemaakt bijna een trauma. Want wat als De Koning anders dat duel met Keizer was aangegaan en niet geblesseerd was geraakt? En hoe kwam het dat zonder hem het  hele team ineens zo kwetsbaar werd?  Was met het wegvallen van De Koning dan ook de magie van Denis Neville uitgewerkt?

Met Ad Verhoeven
Duidelijk is in elk geval dat De Koning (van 28 december 1934) in Sparta’s alle zeven voorgaande Eredivisiejaren van kapitale waarde is geweest. Met Ad Verhoeven op rechts vormt hij als linkshalf in die glansperiode volgens velen het beste middenveld van het land. Optredens in het Nederlands elftal zouden logisch zijn, maar verder dan de reservebank komen de twee niet. Te wild binnen de lijnen en te lastig erbuiten, vinden de stijve keuzeheren van de KNVB. Bij De Koning hebben ze daarbij in zoverre een punt dat hij als ‘reservist’ een keertje na een trip van Oranje door het Oostblok met smokkelwaar is betrapt: een  peperdure bontjas, die nooit had mogen worden uitgevoerd, verstopt tussen de vuile tenues.

Fysiotherapeut
Dit akkefietje tekent de handige jongen die De Koning naast de grasmat ook altijd is geweest. In zijn toptijd als speler is hij fanatieker dan wie ook. Ter indicatie: een uur voor aanvang is hij op het bijveld achter de Eretribune in zijn eentje al bezig met zijn eigen warming up. Voor zijn grote voetballiefde Sparta geeft hij graag alles, maar zijn portemonnee is nooit uit zijn gedachten en het een en ander ritselen, daar houdt hij wel van.

Door verstandig te opereren èn keihard te werken bouwt hij reeds tijdens zijn actieve voetbaljaren een bloeiende praktijk op als fysiotherapeut.

Die zal hem goed van pas komen als duidelijk wordt dat hij na zijn blessure nooit meer zijn oude niveau zal halen. Van Sparta neemt De Koning vervolgens (seizoen 1963-1964)  in mineur afscheid, omdat hem een zogeheten B-contract is aangeboden. ,,Een belediging voor iemand die zoveel voor de club heeft betekend,” aldus een dubbel teleurgestelde De Koning.

De weg naar Het Kasteel weet hij op een gegeven moment toch wel weer te vinden. Waarna hij zich achter de schermen nog zeer verdienstelijk voor Sparta zal maken met allerlei adviezen en als tipgever. Op Spangen is De Koning om gezondheidsredenen inmiddels al geruime tijd niet meer gesignaleerd, helaas.