Home » Winston Bogarde, die met horten en stoten alsnog een internationale topper werd

Winston Bogarde, die met horten en stoten alsnog een internationale topper werd

woensdag 2 oktober 2019 - 15:17

In de rubriek Kasteelkanjers wordt het vizier gericht op oudspelers en ex-trainers die Sparta extra roodwitte kleur hebben gegeven. In de rij der memorabele smaakmakers belicht Louis Du Moulin ditmaal nemand minder dan Winston Bogarde, wiens aanvankelijk stroeve profvoetbalcarrière begin jaren ’90 op Spangen alsnog in een stroomversnelling raakt. Waarna hij uitgroeit tot een steunpilaar bij met name Ajax, FC Barcelona en het Nederlands Elftal. Tegenwoordig is Bogarde assistent-trainer bij Jong Ajax.

Winston Lloyd Bogarde (Rotterdam, 22 oktober 1970) is acht jaar als hij zich aanmeldt bij Sparta. Zijn voetbaltalent als aanvallende linkspoot wordt op Nieuw Vreelust al snel onderkend, vooral jeugdtrainer Henk van Stee is van hem gecharmeerd. Toch zal een reguliere doorstroming richting de roodwitte profs er voor Bogarde niet inzitten, daarvoor botst hij teveel met zijn directe omgeving. Daarom ook neemt hij op zijn vijftiende de wijk naar Alexandria ’66, waar hij zich dusdanig ontwikkelt dat Eerstedivisionist SVV hem in 1988 graag inlijft. ​

Terug bij Henk van Stee
In het Schiedamse roodgroen lukt het hem evenwel niet veel indruk te maken. Mooi moment is nog wel twee jaar later de promotie naar de Eredivisie, maar daar blijft het voor Bogarde bij: trainer Dick Advocaat heeft hem niet meer nodig.

Bij Sparta is Winston wel weer welkom, zij het als amateur. Henk van Stee, inmiddels assistent-trainer naast Hans van Doorneveld, gelooft nog steeds heilig in de capaciteiten van het intussen uit de kluiten gewassen ‘zorgenkind’ en daar zal in de loop van de drie aansluitende seizoenen iets moois uitgroeien: van aanhoudend twijfelgeval ontplooit Bogarde zich tot vaste waarde linksvoorin, die zich onder meer met elf competitietreffers (jaargang ’93-’94) in de kijker speelt bij grotere clubs.​

Louis van Gaal
Voor Sparta niet meer te houden zijnde, lijkt een transfer naar MSV Duisburg aanstaande, maar dan meldt Louis van Gaal zich namens Ajax. Met een plan waarmee  eerder Rob Jacobs als Kasteelheer ook weleens heeft geëxperimenteerd, te weten de omvorming van Bogarde van aanvallende middenvelder annex linkerspits tot stoere linksback. Moet kunnen, vindt Winston van zijn kant en dus verkast hij (voor twee miljoen gulden!) naar Amsterdam om deel uit te gaan maken van de succesvolste lichting ‘godenzonen’ sinds de gouden jaren ’70. Hoogtepunten zijn onder meer het winnen van de Champions League, de UEFA Super Cup  en de Wereldbeker voor clubteams, tussen alle Ajaxbedrijven door is Bogarde ook een zekerheidje geworden in het Nederlands elftal van bondscoach Guus Hiddink.​

AC Milan
Ruzie met de clubleiding in maart ’97 leidt er toe dat Bogarde de weg kiest die tevoren Michael Reiziger, Edgar Davids eveneens hebben genomen en Patrick Kluivert ook zal inslaan: naar AC Milan, op het oog geen verkeerde keuze, maar de praktijk zal toch anders leren. Bogarde komt onder trainer Fabio Capello aan  spelen amper toe en vreest dat zijn aanwezigheid op het WK in gevaar zal komen.​

Dezelfde Louis van Gaal, met wie hij bij Ajax eerder zo overhoop leek te liggen, haalt hem naar FC Barcelona, alwaar voor Bogarde nieuwe goede tijden zich aandienen als centrale verdediger. En dan slaat weer eens het noodlot toe. Op de training bij Oranje tijdens het WK in Frankrijk breekt hij ongelukkig zijn been en scheuren allerlei spieren in zijn enkel, het herstel zijn vele maanden in beslag nemen.​

Chelsea
Na dik twee jaar in Catalonië tekent Bogarde in 2000 een lucratief vierjarig contract bij het even ambitieuze als poenige Chelsea. Het wordt een van de meest spraakmakende dienstverbanden uit de roemruchte Engelse voetbalgeschiedenis. Omdat Bogarde ook hier in ernstig conflict raakt met de ‘hoge heren’ (in het bijzonder trainer Claudio Raneiri). Hij laat zich niet verleiden tot werkweigering, werkt de verplichte trainingen braaf af  en mag zodoende vier jaar lang een weeksalaris van 50.000 euro opstrijken. Deze sportieve impasse zal wel het roemloze einde betekenen van zijn loopbaan als voetballer.Eenmaal verlost van Chelsea krijgt hij nog aanbiedingen van zeker niet de minste clubs, geen enkele acht hij echter interessant genoeg om op in te gaan.  ​

Als avontuurlijk zakenman zal Bogarde hierna nog af en toe van zich doen spreken, maar de meeste aandacht  zal hij eind 2005 trekken met zijn gebundelde memoires onder de intrigerende titel  ‘Winston Bogarde ‘Deze neger buigt voor niemand’.​

Het voetbal zal hem nooit loslaten. Zo treedt hij graag op als coach van de Suriprofs, haalt hij zijn trainersdiploma’s en heeft hij het thans naar zijn zin als assistent-trainer van Jong Ajax naast eerste man Mitchell van der Gaag.​